Forensisch DNA-verwantschapsonderzoek

Inleiding

Bij DNA-verwantschapsonderzoek wordt door middel van het vergelijken van DNA-profielen nagegaan of personen aan elkaar verwant kunnen zijn. Civiel DNA-verwantschapsonderzoek gebeurt al heel lang, bijvoorbeeld vaderschapsonderzoek om alimentatiegeschillen te beslechten. Ook het NFI doet DNA-verwantschapsonderzoek voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in het kader van gezinsherenigingsverzoeken. De IND wil dan controleren of het de eigen kinderen van de aanvrager zijn die mee naar Nederland komen. Ook bij het vermiste personenonderzoek dat het NFI voor het KLPD uitvoert, wordt DNA-verwantschapsonderzoek al toegepast. Het is ook mogelijk om DNA-verwantschapsonderzoek te gebruiken voor opsporing en vervolging in strafzaken. Hier wordt uitgelegd hoe DNA-verwantschapsonderzoek werkt en op welke manier het kan worden toegepast.

Het DNA van verwanten

Kinderen krijgen hun DNA van hun ouders. De helft van de ene ouder en de helft van de andere ouder. Figuur 1 legt dit uit aan de hand van de DNA-profielen van een vader, een moeder en een kind. Van de drie maal twee DNAkenmerken van het kind is er telkens één bij de vader terug te vinden en één bij de moeder.

DNA-profielen van een vader, een moeder en hun kind

Figuur 1 DNA-profielen van een vader, een moeder en hun kind.

Het DNA van mensen is opgeslagen in 23 paar chromosomen, 22 paar zogenaamde autosomale chromosomen en één paar geslachtschromen die met X en Y worden aangeduid. Vrouwen hebben twee X-chromosomen en mannen hebben een X- en een Y-chromosoom. Bovenstaande DNA-profielen bestaan uit autosomale DNA-kenmerken. Welke van beide autosomale DNAkenmerken een kind van een ouder erft, is toeval. Doordat bij het overerven van autosomale DNA-kenmerken slechts vier mogelijke combinaties mogelijk zijn, hebben broers en zussen gemiddeld meer DNA-kenmerken met elkaar gemeen dan willekeurige personen. In figuur 2 is te zien dat uitgaande van DNA-profielen die uit 20 DNAkenmerken bestaan, willekeurige personen gemiddeld zes tot zeven DNA-kenmerken met elkaar gemeen hebben en broers en zussen dertien tot veertien. Van dit gegeven wordt gebruik gemaakt om personen te vinden die broer of zus van elkaar zouden kunnen zijn.

Aantal overeenkomende DNA-kenmerken bij willekeurige personen en bij broers en zussen

Figuur 2 Aantal overeenkomende DNA-kenmerken bij willekeurige personen en bij broers en zussen.

Naast DNA dat een kind van zijn beide ouders erft, is er ook DNA dat een kind maar van één ouder krijgt. Dat zijn het Y-chromosomale DNA en het mitchondriale DNA. Y-chromosomaal DNA ligt op het Y-chromosoom en erft daardoor in principe4 onveranderd over van vader op zoon. Mitochondriaal DNA bevindt zich in de mitochondriën, onderdelen van een cel die voor de energievoorziening zorgen. Mitochondriën komen wél voor in eicellen, maar niet in de koppen van spermacellen. Bevruchte eicellen bevatten daarom alleen mitochondriën van de moeder en mitochondriaal DNA erft daarom in principe onveranderd over van moeder op kind. In de figuren 3a en 3b is te zien hoe Y-chromosomaal DNA  en hoe mitochondriaal DNA overerft in een stamboom.

Overerving van Y-chromosomaal DNA

Figuur 3a: Overerving van Y-chromosomaal DNA

Overerving van Mitochondriaal DNA

Figuur 3b: Overerving van Mitochondriaal DNA.

Via Y-chromosomaal DNA-onderzoek kan worden nagegaan of personen in de mannelijke lijn aan elkaar verwant zijn. En via mitochondriaal DNA-onderzoek of personen in de vrouwelijke lijn aan elkaar verwant zijn.

Forensisch DNA-verwantschapsonderzoek

Door de eerder genoemde wet is het mogelijk om DNA-verwantschapsonderzoek te gebruiken om ernstige misdrijven op te lossen. Door actief te zoeken naar mogelijke bloedverwanten van de eigenaar van een spoor, vindt de politie wellicht nieuwe aanwijzingen voor wie de dader zou kunnen zijn. Als via een zoekactie in de DNA-databank bijvoorbeeld een mogelijke broer van de eigenaar van een spoor gevonden wordt, kan de politie gaan onderzoeken of de gevonden persoon inderdaad een broer heeft die de eigenaar van het spoor zou kunnen zijn.

Bijvoorbeeld doordat deze broer tijdens het vooronderzoek wel in beeld is geweest, maar niet als verdachte is (of kon worden) aangemerkt. Ook bij grootschalig DNA-onderzoek kan forensisch DNA-verwantschapsonderzoek nuttig zijn. Doordat deelname aan grootschalig DNA-onderzoek vrijwillig is, kan het voorkomen dat de eigenaar van een spoor niet geneigd is om mee te doen aan een dergelijk onderzoek. Door een grootschalig Y-chromosomaal DNA-onderzoek worden niet alleen matches gevonden met de eigenaar van een spoor zelf, maar ook met personen die in de mannelijke lijn aan hem verwant zijn. Via deze personen kan de politie door middel van tactisch onderzoek de echte eigenaar van het spoor proberen te vinden. Bijvoorbeeld door te zoeken naar mensen met dezelfde achternaam, omdat die in Nederland meestal ook via de mannelijke lijn wordt doorgegeven. Omdat de gezochte persoon meestal een man is, heeft grootschalig mitochondriaal

DNA-onderzoek naar verwantschap in de vrouwelijke lijn meestal geen zin.

Aanvullend DNA-onderzoek

Doordat bij autosomaal forensisch DNA-verwantschapsonderzoek gezocht wordt naar DNA-profielen die niet volledig maar slechts gedeeltelijk met elkaar overeenkomen, kan dit ook bij toeval gebeuren. Dan lijken de gevonden DNA-profielen van verwante personen afkomstig te zijn, maar zijn dat niet. Afhankelijk van de zeldzaamheid van de DNA-profielkenmerken waarmee het NFI zoekt, kan een zoekactie in de DNA-databank duizenden mogelijke verwanten opleveren. Het is niet mogelijk – en uit privacy oogpunt ook niet wenselijk – om de politie naar zulke grote hoeveelheden personen tactisch onderzoek te laten doen. Daarom zal het NFI in de meeste gevallen aanvullend DNA-onderzoek uitvoeren om zoveel mogelijk personen uit te sluiten van de mogelijke verwantenlijst waar de politie mee aan het werk moet. Zo kan het NFI méér autosomale DNA-kenmerken van het spoor bepalen van de gevonden mogelijke verwanten.

Daardoor gaat de zeldzaamheid van de matchende DNA-kenmerken omhoog en zullen er vals positieve mogelijke verwanten worden uitgesloten. Bij mogelijke verwanten in de mannelijke lijn kan Y-chromosomaal DNA-onderzoek worden gedaan. Als mogelijke verwanten een ander Y-chromosomaal DNA-profiel dan het spoor hebben, vallen ze af als mogelijke verwant. Het aanvullende DNA-onderzoek om het aantal mogelijke verwanten te reduceren tot een ’shortlist’ voor de politie, kost tijd en is arbeidsintensief maar voorkomt dat personen in vervolgonderzoek door de politie onnodig in hun privacy worden aangetast.

Andere vormen van forensisch DNA-verwantschapsonderzoek

Andere vormen van forensisch DNA-verwantsonderzoek zijn bijvoorbeeld:

  • Vergelijkend DNA-onderzoek aan foetaal materiaal dat is verkregen bij een abortus van een slachtoffer dat zwanger is geraakt na een verkrachting. Door het DNA-profiel van de foetus te vergelijken met de DNA-profielen van het slachtoffer en een verdachte kan aannemelijk worden gemaakt dat de verdachte de vader is van de foetus en dus ook verantwoordelijk kan zijn voor de verkrachting.
  • Van een vondeling of het stoffelijk overschot van een baby kan via DNA-verwantschapsonderzoek worden vastgesteld wie de ouders zijn. Terwijl bij de eerder besproken werkwijzen met behulp van DNA-profielen van in de onderzochte zaak onschuldige verwanten5 geprobeerd wordt tot een verdachte te komen, kan bij deze vormen van forensisch DNAverwantschapsonderzoek de verwante verdachte in de zaak zijn.

Actief en passief forensisch DNA-verwantschapsonderzoek

Wanneer bewust en actief gezocht wordt naar verwanten van een verdachte, spreekt men van actief forensisch DNA-verwantschapsonderzoek. Hiervoor gelden strenge randvoorwaarden (zie § 2.6). Als een DNA-deskundige bij toeval op een mogelijke verwantschap stuit, spreken we van passief forensisch DNA-verwantschapsonderzoek. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een DNA-deskundige de DNA-profielen van een spoor en een verkrachtingsslachtoffer met elkaar vergelijkt en ziet dat beide profielen sterk met elkaar overeen komen. De DNA-deskundige mag dit soort waarnemingen ook opnemen in de rapportage.

Randvoorwaarden en beperkingen

Forensisch DNA-verwantschapsonderzoek is een nieuw opsporingsmiddel, maar geen wondermiddel. De politie kan de echte eigenaar van een spoor alleen vinden als er een verwant van die persoon in de DNA-databank zit.

Actief forensisch DNA-verwantschapsonderzoek mag alleen worden toegepast bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer staat, en een beperkt aantal ernstige gewelds- en zedenmisdrijven, die ten minste met zes jaar gevangenisstraf worden bedreigd. Voor grootschalige onderzoeken of DNA-databankbevragingen is toestemming van het College van procureursgeneraal vereist en voor DNA-databankbevragingen bovendien een machtiging van een rechter-commissaris.

Technisch gezien is een forensisch DNA-verwantschapsonderzoek alleen mogelijk wanneer er een volledig of voldoende informatief DNA-profiel van een duidelijk daderspoor beschikbaar is én er voldoende celmateriaal aanwezig is voor vervolgonderzoek.

Meer informatie over Forensisch DNA-verwantschapsonderzoek

Finding Criminals through DNA of their relatives
Auteur: F.R. Bieber, C.H. Brenner and D. Laser 
Bron: Science 2 june 2006, Vol. 312, nr 5778, p 1315-1316

DNA Partial Match Policy
Auteur: Edmund G. Brown Jr. Attorney General 
Bron: Information Bulletin 2008-BFS-01 California Department of Justice

DNA-verwantschapsonderzoek. Familie van de verdachte? 
Auteur: M.M. Prinsen 
Bron: Strafblad 2008, 242-250

Searching the Family Tree for Suspects: Ethical and Implementation Issues in the Familial Searching of DNA Databases 
Auteur: David Lazer 
Bron: Taubman Center Policy Briefs March 2008

SWGDAM Recommendations to the FBI
Auteur: Scientific Working Group on DNA Analysis Methods Ad Hoc Committee on Partial Matches 
Bron: www.fbi.gov

Use of DNA profiles for investigation using a simulated national DNA database: Part II. Statistical and ethical considerations on familial searching
Auteur: T. Hicks et al 
Bron: Forensic Science International: Genetics Volume 4, Issue 5 , Pages 316-322, October 2010

Forensic utilization of familial searches in DNA databases
Auteur: Cassandra J. Gershaw et al 
Bron: FSI Genetics (in press)

It’s all relative(s): Familial Searching in the Netherlands
Auteur: C. van Kooten et al 
Bron: Poster nr 9 presented at the 21st International Symposium on Human Identification. October 10–14, 2010, San Antonio, Texas, USA

Searching for first-degree familial relationships in California's offender DNA database: Validation of a likelihood ratio-based approach
Auteur: Steven P. Myerset al. 
Bron: Forensic Science International: Genetics Volume 5, Issue 5 , Pages 493-500, November 2011

Policy implications for familial searching
Auteur: Kim et al 
Bron: Investigative Genetics 2011, 2: 22

Terug naar boven