Internationale vergelijking

De internationale vergelijking van DNA-profielen vindt schriftelijk plaats via rechtshulpverzoeken of geautomatiseerd op basis van het Verdrag van Prüm dat in 2008 via de zogenaamde EU-Prümraadsbesluiten is omgezet in Europese regelgeving.

Het hit-no-hit-principe

DNA-profielen worden met elkaar vergeleken op basis van het zogenaamde hit-no-hit-principe. Dit betekent dat de vergelijking plaatsvindt zonder dat op dat moment de persoons- en/of zaakgegevens van de DNA-profielen bekend zijn. Als er een match wordt gevonden, dan kunnen landen die bij de match betrokken zijn, de persoons- en/of zaakgegevens die bij het DNA-profiel horen, bij elkaar opvragen; dit gebeurt op basis van een code die bij het DNA-profiel hoort. Hierbij wordt gebruikgemaakt van reeds bestaande kanalen. Omdat DNA-informatie in Nederland aangemerkt wordt als Justitie-informatie, worden in- en uitgaande informatieverzoeken die op de EU-Prüm-raadsbesluiten gebaseerd zijn, verwerkt als internationale rechtshulpverzoeken.

Internationale rechtshulpverzoeken

Alle internationale rechtshulpverzoeken, dus ook die voortvloeien uit de Prüm-EU-raadsbesluiten, worden verwerkt door één van de Internationale Rechtshulpcentra (IRC). De uitgaande rechtshulpverzoeken lopen via de regionale IRC’s, de inkomende rechtshulpverzoeken worden door het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) verwerkt. Alle in- en uitgaande rechtshulpverzoeken worden geregistreerd in het LURIS-systeem [1]. Rechtshulpverzoeken die gebaseerd zijn op de EU-Prüm,-raadsbesluiten zijn in het LURIS-systeem als zodanig herkenbaar. Op deze manier kan aan de rapportageverplichting naar de Europese Unie worden voldaan. Bij een inkomend rechtshulpverzoek vraagt het LIRC op basis van de code die bij het Nederlandse DNA-profiel hoort, aan de beheerder van de DNA-databank om de match te verifiëren en de persoons- en/of zaakgegevens te verstrekken. Daardoor is het LIRC in staat om het inkomende rechtshulpverzoek te toetsen en worden de gevraagde gegevens verstrekt aan het verzoekende land als de uitkomst van de toets positief is. De hierboven geschetste procedure is vastgelegd in een Engelstalig document. Dit document wordt verstrekt aan elk nieuw land waarmee Nederland in het kader van het Verdrag van Prüm of de EU-Prüm-decision DNA-pro­fielen gaat uitwisselen.

Internationale standaardisatie

Om DNA-profielen tussen landen onderling te kunnen vergelijken, moeten landen hun DNA-profielen op dezelfde wijze bepalen. Dit heeft men zich al vroeg gerealiseerd. Daarom nam de Raad van de Europese Unie al in 2001 een resolutie (2001/C 187/01) aan waarin alle lidstaten worden opgeroepen om bij het bepalen van DNA-profielen in ieder geval zeven met name genoemde DNA-merkers (loci) te gebruiken. Dit is de zogenaamde European Standard Set (ESS). De ESS is in 2009 door een nieuwe resolutie (2009/C 296/01) met 5 loci uitgebreid tot 12 loci.

Prüm inclusion rules

Niet alle DNA-profielen die aanwezig zijn in de DNA-databank van een land, worden vergeleken met de DNA-profielen van andere landen. Alleen DNA-profielen die voldoen aan de zogenaamde ‘Prüm inclusion rules’ worden vergeleken met de DNA-profielen van andere landen. Ook die DNA-profielen moeten aan de ‘Prüm inclusion rules’ voldoen. Het doel van deze ‘Prüm inclusion rules’ is om een zinvolle onderlinge vergelijking van de DNA-profielen mogelijk te maken. In de ’Prüm inclusion rules’ staat onder andere hoeveel DNA-kenmerken een DNA-profiel moet bevatten en dat DNA-mengprofielen en DNA-profielen van sporen die al aan een persoon gekoppeld zijn, niet meedoen aan de vergelijking. De volledige 'Prüm inclusion rules’ zijn opgenomen in § 1.1 van hoofdstuk 1 van de bijlage bij besluit 2008/616/JBZ van de Raad van de Europese Unie.

Prüm matching rules

De Prüm ‘matching rules’ bepalen welke DNA-profielen als voldoende overeenkomend kunnen worden beschouwd na een onderlinge vergelijking. De Prüm ‘matching rules’ zijn opgenomen in § 1.2 van hoofdstuk 1 van de bijlage bij besluit 2008/616/JBZ van de Raad van de Europese Unie. Er is sprake van een match als er tussen twee DNA-profielen minimaal 6 volledig overeenkomende DNA-merkers zijn. Er zijn vier verschillende soorten matches:

  • Quality 1: Alle DNA-kenmerken (allelen) van alle DNA-merkers (loci) die in beide DNA-profielen voorkomen, komen volledig met elkaar overeen.
  • Quality 2: Een van beide matchende DNA-profielen bevat een zogenaamde wildcard. Van een wildcard kan gebruikgemaakt worden als een bepaald DNA-kenmerk niet of niet met zekerheid kan worden bepaald of niet kan worden opgenomen in de DNA-databank.
  • Quality 3 en 4: De DNA-profielen matchen met uitzondering van één DNA-kenmerk [2]. Ook dit soort matches met één verschil tussen de twee betrokken DNA-profielen worden getoond; dit om vals-negatieve matches te voorkomen. Dit zijn matches die je had moeten vinden maar die je niet vindt omdat een van beide DNA-profielen een foutje bevat. Omdat in het verleden de apparatuur en de ICT infrastructuur nog niet zo geavanceerd waren als tegenwoordig, is het niet helemaal uit te sluiten dat er in DNA-data­banken DNA-profielen voorkomen met een bepalings- of een typefout. Ook als enkelvoudige DNA-profielen uit DNA-mengprofielen afgeleid zijn, kunnen fouten zijn gemaakt.

Wanneer een quality 2, 3 of 4 match wordt gevonden, nemen de nationale contactpunten die belast zijn met de uitvoering van het Verdrag van Prüm, contact met elkaar op. Ze verzoeken elkaar om het originele DNA-profiel op te zoeken en te controleren of de in de DNA-data­bank aanwezige numerieke weergave van het DNA-profiel overeenkomt met het oorspronkelijke DNA-profiel. Op deze wijze worden regelmatig matches gevonden die gemist zouden zijn als alleen quality 1 matches zouden worden getoond.

Prüm-software

De software die gebruikt tot en met augustus 2011 gebruikt werd om elkaars DNA-databanken te bevragen, is gezamenlijk ontwikkeld door Duitsland, Oostenrijk en Nederland. Veel Europese landen gebruiken net als Nederland het door de FBI ontwikkelde DNA-data­bankprogramma CODIS om DNA-profielen te bewaren en te vergelijken. De FBI heeft in CODIS de door Nederland, Duitsland en Oostenrijk ontwikkelde software opgenomen. Op deze manier is er slechts één in plaats van vier applicaties nodig om internationaal DNA-profielen te kunnen vergelijken. Ook Nederland heeft deelgenomen aan het ontwikkelen en testen van deze nieuwe CODIS-versie.

Alle landen die nu operationeel zijn, communiceren met elkaar via het sTesta netwerk waarover de DNA profielen beveiligd naar andere landen worden gestuurd om vergeleken te worden. De resultaten van de inkomende als de uitgaande DNA-profielvergelijkingsverzoeken van een land kunnen voor het OM aanleiding zijn voor de vervolgstap: het opvragen van informatie uit het buitenland via een internationaal rechtshulpverzoek. 

Praktische werkwijze

In Nederland is met name het Openbaar Ministerie (OM) eindverantwoordelijk voor forensische DNA-aangelegenheden. Met het OM (Parket Generaal) is een aantal praktische afspraken gemaakt. Deze afspraken betekenen onder meer dat de beheerder van de DNA-databank zelf gemandateerd is om DNA-profielen die aan de ‘inclusion rules’ voldoen, ter vergelijking naar het buitenland te sturen. Daarbij gevonden matches worden aan de betrokken parketten en politieregio’s gerapporteerd tenzij het om matches met Nederlandse veroordeelden [3] gaat. Na ontvangst van een Prüm matchrapportage beslist het OM of het op basis van die rapportage zal overgaan tot het opvragen van de bij het buitenlandse DNA-profiel behorende gegevens via een internationaal rechtshulpverzoek.

Het voorkomen van vals-positieve matches

Naast vals-negatieve matches kan er ook sprake zijn van vals-positieve matches. Dit zijn matches tussen DNA-profielen die van verschillende personen afkomstig zijn maar toch matchen. Dit is natuurlijk een ongewenste situatie. Door een vals-positieve match kan een persoon namelijk een mogelijke verdachte worden in een zaak waar hij of zij niets mee te maken heeft.

De Prüm ‘matching rules’ zeggen dat er in twee DNA-profielen die met elkaar vergeleken worden, minimaal zes onderling vergelijkbare en volledig matchende loci moeten zijn voordat er sprake is van een match. 6-locus matches en ook 7-locus matches hebben echter ook een niet te verwaarlozen kans om bij toeval te ontstaan; dit kan met name gebeuren als met grote aantallen DNA-profielen gezocht wordt in grote DNA-databanken. Door extra DNA-onderzoek te doen na het vinden van een 6- of 7-locus match kan worden vastgesteld of het om een echte of een vals-positieve match gaat.

Vanwege de reële kans op het optreden van vals-positieve 6- en 7-locus matches, heeft de Minister van Justitie de Voorzitter van de Eerste Kamer in december 2008 laten weten dat Nederland in vooralsnog geen informatie zal opvragen of verstrekken op basis van 6- en 7-locus Prüm-matches (Eerste Kamerstuk 30881 G). Bij dit soort matches moet eerst gekeken worden of er mogelijkheden voor extra DNA-onder­zoek zijn. Hierdoor kan er meer zekerheid worden verkregen of het om echte of vals-positieve matches gaat.

Prüm implementatiestatus

Nederland wisselt inmiddels DNA-profielen uit met de volgende landen:

  • Oostenrijk: AT (vanaf 22 juli 2008)
  • Duitsland: DE (vanaf 25 juli 2008)
  • Slovenië: SI (vanaf 9 september 2008)
  • Luxemburg: LU (vanaf 24 oktober2008)
  • Spanje: ES (vanaf 7 november 2008)
  • Finland: FI (vanaf 11 november 2009)
  • Frankrijk: FR (vanaf 8 december 2009)
  • Bulgarije: BG (vanaf 9 april 2010)
  • Slowakije: SK (vanaf 26 november 2010)
  • Roemenië: RO (vanaf 24 mei 2011)
  • Letland: LV (vanaf 13 april 2012)
  • Litouwen: LT (vanaf 25 mei 2012)
  • Hongarije: HU (vanaf 12 oktober 2012)
  • Polen: PL (vanaf 18 januari 2013)
  • Cyprus: CY (vanaf 28 maart 2013)
  • Estland: EE (vanaf 18 juli 2013)
  • Zweden: SE (vanaf 12 november 2013)
  • Tsjechië: CZ (vanaf 12 december 2013)
  • Malta: MT (vanaf 30 juni 2014)
  • België: BE (vanaf 29 juli 2014)
  • Portugal: PT (vanaf 3 augustus 2015)
  • Denemarken (vanaf 24 februari 2017)
  • Kroatië (vanaf 23 augustus 2018)

Prüm resultaten

U vindt hier een overzicht van de groei van het aantal internationale matches.

--------------------------------------------------------------------------------------

[1] LURIS: Landelijk Uniform Registratiesysteem Internationale Rechtshulp

[2] Bij quality 3 is er een verschil van één DNA-bouwsteen (basepaar) tussen de twee matchende allelen. Bij quality 4 is er een groter verschil

[3] Veroordeelden die in de Nederlandse DNA-databank matches hebben gegeven met sporen, zijn daardoor een mogelijke verdachte geworden in de zaken waaruit de sporen afkomstig zijn. In dat geval wordt er wel gerapporteerd